In 1879 reden er voor het eerst stoomtrams in Nederland, dat was tussen Den Haag SS en Scheveningen. De stoomtram was de vervanger van de paardentram. Dat was een zodanig groot succes dat overal ten lande trambedrijven opgericht werden. Op het hoogtepunt van de stoomtram-ontwikkeling, rond 1920, telde Nederland 47 particuliere trambedrijven. Naast reizigers vervoerden de stoomtrams ook goederen. Met de opkomst van de autobussen en vrachtauto's in de jaren 30 kwam de stoomtram steeds meer in de verdrukking en kwam er langzaam een einde aan het stoomtram tijdperk.

Om een indruk te krijgen hoe het vervoer van pasagiers en goederen per stroomtram van de Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij eruit zag, een filmpje uit de jaren 20 van de vorige eeuw.

Op datzelfde moment, rond 1920, was ook het spoornet van de Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij op zijn grootst. Zwolle, Meppel, Dedemsvaart, Hoogeveen, Hardenberg, Coevorden en Ter Apel waren via het D.S.M. spoortramnet met elkaar vebonden. Met een gezamelijke lengte van ongeveer 140 km.

Zwolle als industriestad in 1914. Zwolle : Erven J.J. Tijl, 1914

Een beschrijving van de D.S.M. :

De Nederlandsche spoorwegen. Rotterdam ca. 1927 (pag. 96)