van dedem's vaart

in kaart

Voor het 'in kaart' brengen van De Dedemsvaart heb je gegevens nodig. Op het Internet zijn over de geschiedenis en de totstandkoming diverse aktikelen de vinden. Zoals op Wikipedia en het verhaal van 'De Dedemsvaart van begin tot eind' op Mijn Stad Mijn Dorp. De vaart is uiteraard ook te vinden in de Canon van Overijssel.

Over het kanaal en aanlegger Willem Jan Baron van Dedem, heer van Rollencate zijn in de Winkler Prins geillustreerde encyclopaedie uit 1907 enkele, bekopte doch treffende, stukje te vinden :

Dedemsvaart, een kanaal in de Nederlandsche provincie Overijsel, 41 km. lang, strekt zich uit van het Zwarte Water bij Hasselt tot aan de Vecht bij Gramsbergen. Het is aangelegd door Willem Jan, baron van Dedem, die daarmede een begin maakte in 1809 bij Hasselt. In 1811 was bet werk over een afstand van 19 km. voltooid, doch werd eerst in 1852 voortgezet op kosten der provincie, die het kanaal in 1845 had aangekocht. Na het graven van dit kanaal ontstonden er bloeiende dorpen, zooals Dedemsvaart, Slagharen en Lutten. Uitgestrekte veengronden werden toegankelijk gemaakt, en door de ontginning daarvan werd de bloei der Veenkoloniën niet weinig bevorderd.
Dedem, Willem Jan, baron van, heer van Rollencate, de aanlegger van de Dedemsvaart werd geboren in 1795, kwam door zijn huwelijk met een dochter van Gerrit Willem van Marle, die het plan tot het graven van dat kanaal reeds in 1791 ontworpen had, in het bezit van daaraan gelegen gronden en besloot deze zoo hoogst nuttige onderneming door te zetten. Na vele tegenkantingen verkreeg hij daartoe vergunning van koning Lodewijk, en den 9den Juli 1809 werd bij Hasselt een aanvang gemaakt met het omvangrijke werk, dat een onafzienbare uitgestrektheid woeste gronden deed verdwijnen, maar den edelen ondernemer ook in ruime mate de ondankbaarheid der menschen ondervinden deed. Hij overleed op den huize Rollencate in 1851.

In een artikel in de Groninger courant van 2 januari 1852 over 'Drenthe en zijne kanalisatie' nog een mooie aansporing :

... Men denke slechts aan de Dedemsvaart , die schepping van één menschenleven. Als jongeling zag de Baron van Dedem , onlangs overleden, die uitgestrektheid gronds in doodsche stilte , en eer hij de oogen sloot, aanschouwde hij er de Dedemsvaart, als zijn werk , omzoomd door heerlijke landerijen en weiden en eene bevolking van meer dan 6000 zielen daarop en daarvan levende , terwijl handel en nijverheid er bloeide en der schatkist 's jaarlijks duizende guldens van daar toevloeit ! ...
- Groninger courant, Groningen, 2-1-1852
Ter herdenking van het honderd-jarig bestaan in van de Dedemsvaart in 1909 gaf predikant J. van Haeringen Kzn. een feestrede genaamd 'Een bloeiende wildernis'.

Uit De aarde rond - leerboekje der aardrijkskunde voor de lagere school uit 1901 leren we het volgende over hoogveen, turf en kanalen :

$ 6. Veen ontstaat door langzame verrotting van planten : echter alleen in vochtige streken, waar het niet al te warm is. Waar het zich op de hooge zand- en leemgronden gevormd heeft, spreekt men van hoogveen. Dit ligt steeds op plaatsen, waar de waterafvoer door lage zandruggen werd bemoeilijkt.
De voornaamste planten, die hoogveen hebben doen ontstaan, zijn : dop- en struik heide, wolgras, veen mos en veenbies. Vaak ook boomen (eiken, dennen, elzen en berken), welker stammen half vergaan in het veen liggen. Dat half vergane hout heet kien hout. De stammen liggen meest met de toppen naar het oosten, vooral zuidoosten; hoe zou dit zoo komen ?
In het midden zijn de hoogvenen meestal iets hooger dan aan de randen. De beken, die er uit komen, worden zeer geregeld van water voorzien; wat zou hiervan de oorzaak zijn?
De hoogveen moerassen zijn voor het verkeer bijna onoverkomelijke hinderpalen.
Gedroogd veen is uitmuntende brandstof. Daarom graaft men het reeds eenige eeuwen af: de brandstof heet turf. Vroeger gebruikte men deze alleen in de buurt van het veen; maar langzamerhand begon men kanalen te graven, om langs deze de gegraven turf te vervoeren. Aan die kanalen ontstonden ook de veenkoloniën. Men vindt ze vooral in Groningen, Drente, Friesland en Overijsel.
Meestal bestaat de veenkolonie uit twee rijen huizen aan weerszijden van een kanaal: soms ook uit vier rijen huizen langs twee evenwijdig loopende kanalen.
§48. Hoogveen en hoogveenkoloniën. Wie hoogveen met goed gevolg wil verturven. moet beginnen met kanalen te graven; dit leerden we reeds in $ 6. Juist door het hoogveen worden er in de hoog oosthelft van ons land zooveel kanalen aangetroffen.
Men begint zulke kanalen te graven bij bevaabare rivieren. Van daar gaat men de hoogte in. De bodem van het kanaal is dus een hellend vlak. Om water in het kanaal te krijgen, gebruikt men kleinere rivieren en beken, welke het kanaal snijdt. Om te verhinderen, dat het water langs het hellend vlak wegloopt, verdeelt men het kanaal in panden, door middel van schutsluizen, zooals is aangegeven in fig. 4. Tusschen twee sluizen heeft het water denzelfden stand. Hoe sterker de helling is, hoe meer sluizen er moeten zijn.

Een bijzondere bron van informatie is het boek 'De Dedemsvaart' geschreven door Jhr. L.F. Teixeira de Mattos uit 1903; een boek van de Provinciale Waterstaat van Overijssel over de geschiedenis van De Dedemsvaart. In 1845 werd de provincie Overijssel eigenaar van het kanaal en dus ook verantwoordelijk voor het beheer en het onderhoud. Het boek geeft een gedetaileerde beschrijving van het kanaal en de bijbehorende kunstwerken. Ook wordt uitvoering stilgestaan bij de diverse afwateringskanalen en zelfs onderwerpen als de Administratie, Reglementeering en Beheer komen aan bod.
In het Algemeen Handelsblad van 31 mei 1903 wordt het boek besproken met daarbij een beschrijving van de totstandkoming en het belang van het kanaal. Lees het artikel hier en het boek hier.

Ook in andere publicaties van het Ministerie van Waterstaat vinden we een beschrijving van 'De Dedemsvaart' : in het 'Overzicht der scheepvaartwegen in Nederland' uit 1920 onder item 146 en in de 'Wegwijzer voor de binnenscheepvaart. Deel I: Noordoostelijk Nederland' uit 1922 op bladzijde 467.

De vaart liep vanaf het 'Zwarte water' bij Hasselt naar de rivier de Vecht bij Gramsbergen. Het is met de schop gegraven door kanaalgravers. Men begon in 1809 bij Hasselt en in 1811 was men al voorbij Balkbrug bij Den Oosterhuis/De Pol. Daar was het begin van het hoogveen gebied. Door technische en financiele moeilijkheden duurde het tot 1830 voordat men in Lutten was en pas in 1854 was het eindpunt de Vecht bij Ane bereikt.
Plaatselijk was deze nieuwe waterweg bekend onder diverse namen zoals "Hasseltervaart", "Avereestervaart", "Nieuwe Vaart", "Hoofd Vaart", "Dedemsvaart" of kortweg "de Vaart".

De waterweg was onderverdeeld in z.g. panden. Deze panden liepen van sluis tot sluis zodat de waterstand geregeld kon worden. Het waren in totaal 8 panden met een totale lengte van 40.483 meter.

PandLengte (m)Peil (NAP)Omschrijving
1620-0.23door Hasselt
7200-0.23Hasselt - Lichtmis
24819-0.20Lichtmis - den Hulst
347743.11den Hust - Huizingerveld
430244.54Huizingerveld - Veenschut
585406.33Veenschut - Rheeze
627037.12Rheeze - Heemse
784648.00Heemse - Ane
83398.00Ane - de Vecht

Naast de hoofd vaart waren er nog diverse z.g. zijtakken, in totaal elf, die een aansluiting hadden op de vaart. Het Lichtmiskanaal (zijtak No. I) en de Lutterhoofdwijk (zijtak No. VIII) waren daarvan de belangrijkste. Via het Lichtmiskanaal was er verbinding naar de rivier de Vecht bij Berkum (Zwolle). Met de Lutterhoofdwijk was er een verbinding naar Coevorden. De aanleg van de Lutterhoofdwijk kwam na veel gesteggel met de Provincie Drenthe tot stand van 1853 tot 1872.Meer. Deze wijk werd echter belangrijker dan de oorspronkelijke vaart van Lutten via Ane naar de Vecht bij Gramsbergen.

De Lutterhoofdwijk was verdeeld in 3 panden met een totale lengte van 15.854 meter :

PandLengte (m)Peil (NAP)Omschrijving
122008.00Lutten - Slagharen
2129249.30Slagharen - Trageldijk
37309.30Trageldijk - Coevorden - Vechtkanaal

Om een kanaal bevaarbaar voor schepen te maken zijn er sluizen die de waterstand regelen. De breedte en diepte van het kanaal en de sluizen bepalen de grootte van de schepen.

Om het gebied te ontwateren waren diverse wijken gegraven die afwaterden op de vaart, Naast of langs de vaart lagen zowel verharde als onverharde wegen. Tevens liep de stoomtram lijn van de 'Dedemvaartse Stoomtramwegmaatschappij' (DSM) ook voor een deel langs de vaart. Om de vaart te kunnen oversteken waren er diverse bruggen over de vaart. Langs de vaart waren er diverse bruggen over de uitmondende wijken.

Voor het bedienen van de sluizen, o.a. het schutten van schepen, waren er sluiswachters aangesteld. De brugwachter bediende de brug over de vaart. Een sluiswachter woonde uiteraard in een sluiswachterswoning, dicht bij de sluis !

Sluizen

De eerste sluizen in het kanaal waren gebouwd van hout met houten deuren en bestonden meestal uit een schutsluis t.b.v de scheepvaart en een stroomduiker voor de afwatering. Door dat (eiken) hout was er veel onderhoud nodig en moesten er regelmatig herstelwerkzaamheden uitgevoerd worden. Dat kost natuurlijk geld en zorgt voor stremming van het vaarverkeer en onzekerheid over de afwatering. In de loop der tijd werden ze daarom vervangen door verbeterde stenen versies met ijzeren deuren. Vanaf 1881 werd dit type nieuwe sluis toegepast.

Bruggen

De eerste overgangen over het kanaal en de wijken waren houten vonders en draaibruggen. De vonders waren meestal maar een plank breed. Later werden de houten bruggen vervangen door ijzeren exemplaren en kwamen er ook ijzeren ophaalbruggen. De bruggen waren in eerste instantie geschikt voor gewoon wegverkeer.
Bij de aanleg van een tramlijn door de 'Dedemvaartse Stoomtramwegmaatschappij' in 1886 moesten de bruggen geschikt gemaakt worden voor het stoomtramverkeer. De houten exemplaren werden daarbij vervangen door sterkere ijzeren.

In Kaart

Overzicht van ligging van De Dedemsvaart met de bijbehorende kunstwerken zoals sluizen en bruggen :

(Open in eigen window hier)

Personeel

Nadat de Provincie Overijssel het eigendom en beheer van de Vaart had overgenomen werd ook de personeelebezetting geregeld.

  • Hoofdopzichter der Dedemsvaart
    Dat was Stephanus Josephus Hendricus Breukel van 1845 tot 1895

    - De Prins der Geïllustreerde Bladen, Amsterdam 16-2-1907
  • Onderopzichter der Dedemsvaart
  • Balkmeester aan de Balkbrug
  • Gaarder der sluis- en afvaartsgelden aan de Lichtmis
  • Sluis- en brugwachters
    Gedeeltelijk vast aangesteld of pacht gedurende 6 jaar, vrije woning en grond, zeker percentage der sluis- en bruggelden
Regeling der jaarwedden van sluiswachters.
Ook in verband met het overlijden van den sluiswachter aan sluis no. 8 der Dedemsvaart, tevens sluiswachter te Ane, wordt door Gedep. Staten een nieuwe regeling voorgesteld van de tractementen van eenige ambtenaren. Zij wenschen de jaarwedden vast te stellen als volgt:
a. van den te benoemen sluiswachter aan de sluis nr. 8 der Dedemsvaart, tevens stuwwachter te Ane, op f 375 met genot van vrije woning en grond en van bruggeld van de brug bij die sluis;
van den te benoemen sluiswachter aan de nieuwe sluis in Lutten op f 400 met genot van vrije woning en tuin;
van den te benoemen brugwachter aan draaibrug nr. 6 der Lutterhoofdwijk op f 150 met genot van vrije woning en grond en van bruggeld;
b. van den sluiswachter aan sluis nr. 3 der Dedemsvaart op f 250 met genot van vrije woning en tuin en van bruggeld van de brug bij die sluis;
van den sluiswachter te Coevorden op f 400 met genot van vrije woning en tuin, met bepaling dat, zoolang de tegenwoordige titularissen hunne betrekking aan de sluis bekleeden, zij zullen blijven genieten hunne tegenwoordige jaarwedde;
c. van den sluiswachter aan de sluis in Berkum op f 325 met genot van vrije woning en tuin en van bruggeld van de brug bij die sluis;
van den sluiswachter aan sluis nr. 4 der Dedemsvaart op f 375 met genot van vrije woning en van den daarbij behoorenden grond;
van den sluiswachter aan sluis nr. 5 der Dedemsvaart op f 375 met genot van vrije woning en van den daarbij behoorenden grond,
met bepaling dat deze jaarwedden zullen worden genoten met ingang van 1 Januari 1892.
- Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant. Zwolle, 7-7-1891

Tarief

Voor het gebruiken van de Dedemsvaart moest uiteraard betaald worden ! Daarvoor was een tarief stelsel van sluis-, afvaarts-, brug- en weggelden vastgesteld.

Bijvoegsel tot het Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1-1-1882 Bladzijde 586
Sluisgeld
Het sluisgeld bij de afvaart verschuldigd, bedraagt voor elken kubieken Meter scheepsruimte der vaartuigen, aan elk der vier sluizen, bij de Lichtmis, in den Hulst, in het Huizingerveld en aan het Veenschut, drie cents; aan de beide eerste sluizen op de Lutterhoofdwijk niets en aan elk der overige schutsluizen met uitzondering van die te Ane en bij Coevorden, twee cents;
Van alle vaartuigen, die door de sluis te Ane, de Dedemsvaart of door de sluis te Coevorden, de Lutterhoofdwijk invaren en aldaar ook weder uitvaren, bedraagt het voor elk dier sluizen, bij de uitvaart verschuldigde sluisgeld , drie cents per kubieken Meter scheepsruimte. Wanneer deze vaartuigen van meerdere sluizen gebruik maken, wordt bij de uitvaart aan elke sluis gelijk sluisgeld betaald, als hiervoren voor vaartuigen, die geladen naar de Lichtmis afvaren, is vastgesteld.
Voor vaartuigen, die het kanaal ledig afkomen, wordt de helft van het hiervoor bepaald sluisgeld betaald. Voor houtvlotten, die de sluis te Ane of die aan de Lichtmis of te Coevorden passeren, is bij elke op-of afvaart aan ieder dezer sluizen twee cents voor elken vierkanten Meter oppervlakte verschuldigd.
Afvaartsgeld
Het afvaartsgeld, verschuldigd van alle geladene vaartuigen , die aan de Lichtmis te Ane of te Coevorden uitvaren, ook bij doorvaart, onverschillig waar zij zijn ingevaren, bedraagt:
a. Voor vaartuigen met turf geladen, om het even uit welke veenen:
Voor elke negen dubbele hectoliters korte of sponturf ƒ 0.15
" " 240 dubbele hectoliters steekturf ƒ 1.25
" " 240 dubbele hectoliters bonte steekturf ƒ 0.626
b. Voor vaartuigen, geheel of gedeeltelijk met andere goederen geladen , voor elken kubieken Meter scheepsruimte : Uitvarende bij de Lichtmis : voor elke sluis één cent. Uitvarende te Ane of te Coevorden: zes cents.
Doorvaartsregt
Het doorvaartsregt van alle vaartuigen, die te Ane invaren en aan de Lichtmis of te Coevorden weder uitvaren; die aan de Lichtmis invaren en te Ane of te Coevorden weder uitvaren, of die te Coevorden invaren en aan de Lichtmis of te Ane weder uitvaren, bedraagt 12 cents voor eiken kubieken meter scheepsruimte.
Bruggeld
Het bruggeld bij elke doorvaart door iedere aan de provincie behoorende brug, bedraagt:
Voor een vaartuig van 25 kubieke meter of daarbeneden ƒ 0.015
" " " meerdere scheepsruimte ƒ 0.026.
Weggeld
Het weggeld voor het gebruik van den weg langs de vaart, van de herberg de Lichtmis tot de brug Terwee, bedraagt:
Voor een rijtuig met twee paarden ƒ 0.10.
Voor een rijtuig met een paard ƒ 0.05.
Voor een paard of eene koe ƒ 0.05.
Voor een schaap of varken ƒ 0.025.
Vrijdommen
Zoodra de waterstand op de Dedemsvaart beneden 1.26 meter is gedaald, wordt eene vermindering van sluisgeld toegestaan, voor die vaartuigen, welke door den lageren waterstand geene volle lading kunnen afvoeren, voor eiken kubieken meter scheepsruimte, en aan elke sluis van een halve cent, tot het peil van 1.12 M., en van een cent beneden dat peil. Vrijdom van afvaartsgeld wordt genoten voor graauwe steekturf, onverminderd de verdere vrijdommen van sluis-, afvaarts-, brug- en weggelden als bij bijzondere overeenkomsten met de vroegere eigenaren der Dedemsvaart mogten zijn bedongen. De vaartuigen waarvoor doorvaartsregt betaald wordt zijn vrij van sluisgelden. De vaartuigen, welke aan de Lichtmis, te Ane of te Coevorden zijn uitgevaren, en aldaar doorvaartsregt betaald hebben, zijn, wanneer zij binnen eene maand terugkeeren, op vertoon van hunne kwitantie vrij van doorvaartsregt en van sluisgeld. Bij terugkomst op denzelfden dag is ten tweeden male geen weggeld verschuldigd.
Bepalingen betreffende de betaling
De betalingen van de voorschreven gelden, geschiedt als volgt: Het afvaartsgeld van de vaartuigen die bij de Lichtmis uitvaren, en het sluisgeld op de hoofdvaart, beneden de brug van Avereest naar de Ommerschans, bij de afvaart aan den gaarder der Lichtmis, op een door den balkmeester tegen betaling van vijf cents, aftegeven billet.
Het afvaartsgeld van vaartuigen, die te Ane of te Coevorden uitvaren, en het sluisgeld dat voor die sluizen verschuldigd is, bij de uitvaart aan de sluiswachters aldaar.
Het sluisgeld der andere sluizen bij de passage aan elk der betrokkene sluiswachters.
Het doorvaartsregt van vaartuigen, die bij de Lichtmis uitvaren, bij de uitvaart aan den gaarder aldaar, en van die, welke te Ane of te Coevorden uitvaren, bij de uitvaart aan den sluiswachter te Ane of te Coevorden.
De afvaartsgelden voor het gebruik der Sponturf-, Drentsche-, Kalken Kruizinga'swijken en van de vaart naar Ommen, aan zoodanige ontvangers als daarmede door Gedeputeerde Staten zijn of zullen worden belast.
De bruggelden aan de betrokkene brugwachters.
De weggelden aan den gaarder van den tolboom bij de Lichtmis. Wanneer eene lading boven de sluis bij de Lichtmis wordt gelost is de schipper verpligt, vóór dat de ontlading plaats heeft, daarvan kennis te geven aan den eersten sluiswachter boven of beneden de lossingsplaats en aan denzelven het sluisgeld te betalen der gepasseerde sluizen, met het volle afvaartsgeld. Aan iederen schipper die te Dedemsvaart invaart, hetzij te Ane, hetzij aan de Lichtmis, of te Coevorden, wordt door den sluiswachter een bewijs van invaart afgegeven. Dit bewijs moet bij de tusschen gelegene sluizen aan de sluiswachters, alsmede aan den balkmeester vertoond en bij uitvaart aan den sluiswachter bij de Lichtmis te Ane of te Coevorden teruggegeven worden. Bij gebreke van vertooning aan de tusschen gelegene sluizen, zal aldaar, onverschillig of de vaartuigen geladen of ledig op-of afvaren, boven het afvaartsgeld het gewoon sluisgeld van drie of twee cent per kubieke meter worden betaald. Bij gebreke van afgifte aan den sluiswachter bij de Lichtmis te Ane of te Coevorden, zal aldaar boven het afvaartsgeld het drievoud van het hiervoren bepaalde doorvaartsregt worden betaald.

Sluiting

Aan alles komt een eind, zo ook aan De Vaart. Als in de jaren 60 de kosten voor onderhoud te hoog worden en het belang van de scheepsvaart afneemt wordt besloten het kanaal voor de scheepvaart te sluiten en vervolgens delen te dempen.

Gedeputeerde Staten van Overijssel hebben aan de staten van die provincie voorgesteld om in principe te besluiten de Dedemsvaart (en Lutterhoofdwijk) van Hasselt tot Coevorden voor de scheepvaart te sluiten. ... De sluiting van de gehele Dedemsvaart c.a., dus met inbegrip van de Lutterhoofdwijk zal naar de mening van G.S. binnen een tijdsbestek van 2 a 3 jaar haar beslag dienen te krijgen. De Dedemsvaart voldeed reeds lang niet meer aan de tegenwoordige scheepvaarteisen en in 1960 besloten de Staten van Overijssel tot uitvoering van een verbeteringsplan, waarvan de totaalkosten destijds zijn geraamd op 29 miljoen gulden. ... De minister van Verkeer en Waterstaat was echter niet bereid het nodige subsidie te verlenen ...
- Nieuwsblad van het Noorden Groningen, 6-11-1964

Provinciale Staten van Overijssel hebben gisteren in principe besloten de vaarweg Dedemsvaart-Lutterhoofdwijk in zijn geheel voor de scheepvaart te sluiten. In januari 1966 zal begonnen worden met de aanleg van een brede, moderne verkeersweg langs het kanaal. De kosten hiervan worden geraamd op 13,7 miljoen gulden. ... Het principebesluit werd gisteren laat in de middag met 31 tegen 25 stemmen genomen. ... Het Dedemsvaart-debat nam ruim zes uren in beslag.
- Nieuwsblad van het Noorden Groningen, 8-01-1965
Deel Dedemsvaart per 1 januari dicht voor scheepvaart.
Met 38 tegen 2 stemmen hebben Provinciale Staten van Overijssel gisteren besloten het gedeelte van de Dedemsvaart tussen Balkbrug en het dorp Dedemsvaart met ingang van 1 januari a.s. voor de scheepvaart te sluiten. Het kanaal is sterk verouderd en grotere schepen kunnen er geen gebruik van maken.
- Nieuwsblad van het Noorden" Groningen, 28-10-1965

Demping

Na de sluiting volgt een gedeeltelijke demping.

ZWOLLE. Namens de Provinciale Waterstaat is het dempen van een gedeelte van de Dedemsvaart en het maken van een aardebaan op dit gedempte complex van Sluis V tot De Pol, met verder bijbehorende werken gegund aan Aanemingsbedrijf firma G. Koning en Zn. te Voorschoten voor f 418.000,-.
Nieuwsblad van het Noorden Groningen, 1-12-1965
Dempen Dedemsvaart in Balkbrug begonnen.
In Balkbrug is gisteren begonnen met het dempen van het eerste gedeelte van de Dedemsvaart. De werkzaamheden startten met het spuiten van een zanddam. Toen het donker werd was de eerste dam klaar. Vandaag zal, als het weer het toelaat, met het dichtspuiten worden begonnen.
Nieuwsblad van het Noorden Groningen, 9-2-1966
ZWOLLE. Namens de Provinciale Waterstaat werd door de hoofding.-directeur aanbesteed het dempen van een gedeelte van de Dedemsvaart, alsmede het maken van een aardebaan op het gedempte complex en het gedeelte van het traject Hasselt—Balkbrug met bijk. werken. Van de binnengekomen inschrijvingen (18) was de N.V. Wegenbouw- en Aann. Mij. Reef te Oldenzaal-Emmen laagste met f 396.900. Gunning in beraad.
Nieuwsblad van het Noorden Groningen, 9-10-1967